Posts Tagged 'verdriet adoptie'

Els-Pinki: bijna weer thuis!

Weeral een tijdje geleden… En jawel, we zijn 2012! Het jaar dat er voor mij veel zal veranderen. Mijn droom komt alsmaar dichterbij…De India-reis komt sneller dan ik had gedacht! In een stroomversnelling heb ik beslist om in februari te gaan.Dit eigenlijk naar aanleiding van een zeer dierbare vriend. Een vriend die in mijn leven is gekomen, een lotgenoot, ja zelfs een zielsverwant. Uit respect voor mijn dierbare vriend, vernoem ik hem niet.

Vooraleer ik verder ga met mijn verhaal… Ik heb deze brief laten versturen in India naar zuster Dionysia. De zuster die voor mij gezorgd heeft…

 Zuster Dionysia,

Een tijdje geleden heb ik een brief meegegeven met een vriend die naar India kwam. Hij heeft die brief naar je opgestuurd. En je zelfs getelefoneerd! Het was hartverwarmend toen hij over u sprak! Ik hoop dat u ondertussen de brief heeft ontvangen.
Zuster, u moet weten dat ik heel veel aan u denk! Ondanks dat wij 27 jaar geleden van elkaar afscheid moesten nemen, moet ik toegeven dat ik je heel erg mis! Of zal ik zeggen dat ik de warmte en de genegenheid die u me gaf, mis. Vragen rijzen me meer en meer… En dit komt omdat er hier in België een leegte is die ik voel. Een leegte van gemis… gemis van geborgenheid, liefde en een innerlijke rust! Een rust die ik hier nooit zal hebben, denk ik.
Ik ben nu 32 jaar en moeder van een pracht van een zoon! Rajesh betekent dan ook “koning der goden” en hij is the spirit of my life!
Sinds de dood van mijn moeder, is er zoveel gebeurd in mijn leven, waardoor ik als mens veranderd ben.
Als 5-jarige was ik geliefd… Als 10-jarige was ik nog meer geliefd… Als jong meisje van 16 dacht ik geliefd te zijn… Als 17-jarige verging de wereld van onder mijn voeten… Alleen en verlaten, opnieuw, stond ik daar, aan het ziekenbed van mijn moeder, te schreeuwen dat ze nog niet heen mocht gaan! Het waren tranen van angst, tranen van intens verdriet, … Het waren tranen die aanvoelden, die zeiden, Pinki, nu sta je er alleen voor… Vanaf dat moment overleefde ik in België. Steeds maar overleven, in de zin van zorgen dat ik zonder dat ik enig verhaal kwijt kon, probeerde door te gaan in dit welvarend landje. En door de jaren heen liet ik me misbruiken en gebruiken…
Ja, zuster, u kan zeggen dat ik dankbaar moet zijn dat ik in België ben terechtgekomen. En ergens ben ik dat ook, maar soms ook niet! Het enige wat ik hoopte en verlangde was een beetje warmte en genegenheid van mijn ouders. Desondanks blijf ik voor hen respect en genegenheid opbrengen. Ook al zijn ze er niet meer! Ook al heeft mijn vader me niet meer gewild!
Neen, zuster, mijn leven is niet van een leien dakje gegaan zoals u het misschien had voorgesteld! … 
Lieve zuster, ik heb u het genoegen om te vertellen dat ik in februari 2012 naar India kom. Ik wil u ontmoeten. Ik wil dat u mij vertelt van hoe ik vroeger was als klein meisje in het weeshuis. Ik wil het van u horen hoe ik in het weeshuis ben terechtgekomen. U bent mijn enige houvast, de enige die kan vertellen, de enige die mij kan bevestigen dat ik ben wie ik ben of wie ik geworden ben. Vertel me over die tijd! Hopelijk herinnert u zich nog veel over mij, Pinki , Bindu en Manju, … Sharmy is nu moeder van een dochter. Ophenia, haar dochter is bijna 10 maanden. Manju is gelukkig getrouwd en is kinderverzorgster. Bindu heb ik nog niet teruggevonden.
Ik hoop, zuster, dat u enkele dagen vrij kan nemen zodat we wat tijd kunnen doorbrengen en praten met elkaar. Dit is voor mij echt belangrijk! Te kunnen praten met u! U te kunnen zien en hopelijk enkele vragen kan beantwoorden.

En dan ergens in november… Kreeg ik telefoon vanuit India… “Els, ik heb nieuws van de zuster…” Ik heb haar gebeld klonk een warme stem vanuit het verre India! “Jij bent geen wees! Els, of Pinki, jij bent tot je 2,5 jaar bij je ouders geweest. En de naam “Pinki” heb je van je ouders gekregen. “ … Dit waren 2 antwoorden waarop ik jarenlang op wachtte! …
Tja, ge kent da dan wel hé… Tranen, tranen, tranen en nog eens tranen!!! Het waren tranen van emoties, verdriet en toch geluk. Te weten dat ik mijn eerste twee jaar bij mijn ouders was!! Hartverwarmend voor mij om dit te weten… Zo belangrijk… Het was net of ik de warmte van mijn moeder voelde… De warmte die ik dacht kwijt te zijn… En dan nog te weten dat het mijn ouders zijn die mij de naam “Pinki” hebben gegeven… Nu vind ik het een mooie naam. Vroeger dacht ik dat het enkel maar een naam was die de zusters mij hadden gegeven. Nu is dat zo mooi, het klinkt mooier en mooier als je het uitspreekt. Nu aanvaard ik mijn naam en draag het mee voor altijd in mijn hart.

Ondertussen waren we al december… Het einde van 2011 kwam dichterbij… Toen kwam de dag dat ik naar India zou bellen… Of beter gezegd, we moesten de zuster laten weten wanneer we naar India zouden komen. In deze moderne maatschappij heeft India dus ook een telefoon! Het moest eens gebeuren! Ik kreeg een krop in mijn keel, het snoerde alle woorden die ik wou zeggen tegen de zuster! En plots hoorde ik haar stem, na 27 jaar lang! Mens, wat had ze een jonge stem… En zo vlot Engels… met haar Indisch accent natuurlijk. Ik begreep haar heel duidelijk. Mijn stem stokte en alle emoties kwamen los… Met vele vragen wou ik haar nu in één ruk bestormen. Ze was blij om mij te horen. Ze weet nog zoveel van mij! Haar warmte die ik altijd in gedachten had, voelde ik zodra ik  haar stem hoorde. Beiden kijken we uit naar het moment dat we elkaar nu echt zullen ontmoeten. Ze zal tijd maken en me rondleiden in het weeshuis waar ze nu werkt. Maar ze zal vooral tijd maken…en zo goed als mogelijk al mijn vragen beantwoorden. Ze wil me persoonlijk spreken…

Nu mijn reis dichter en dichterbij komt… ben ik wel angstig… Angstig om de waarheid te horen? Bang om nu eindelijk te zien of te weten wie ik ben? Maar ik weet dat ik zeer en hartelijk zal gesteund worden door mijn dierbare vriend, mijn coach Pia en alle geadopteerden die net zoals ik op zoek zijn naar hun IK-zijn.

Wish me luck in februari. En toeval of niet, ik vertrek op de dag dat mijn adoptiemoeder verjaart,namelijk op 19 februari. Een emotionele dag… maar ik neem haar mee…

Tijdens mijn reis zal ik af en toe nog een blogje schrijven en jullie laten meegenieten van mijn rootsreis.

Liefs en hartelijke dank aan alle aanwezigen op de benefiet die mij deze reis hebben gegund en dit voor mij hebben gerealiseerd.

Pinki (Els)

Advertenties

HET VERHAAL VAN DE KUSSENS DEEL 2: het groene kussen!

In de week dat ik mijn blog over de kussens maakte kreeg ik 2 geadopteerden aan de lijn . Beter nog, van de ene een mailtje en met de andere even gechat op mijn fbgroep de adoptiecoach.

Hier even een kort stukje uit de chat:
‘de laatste weken voel ik me nogal raar…’
‘verdrietig?’
‘Ik w
eet met mezelf geen blijf, een beetje verloren ‘

‘en had je niet ‘iets’ herkend in mijn blog van de kussens?’

‘Ja,maar ik denk dat ik alles gewoon teveel afsluit’

‘probeer niet te panikeren’

‘mja, ik heb niet het gevoel te panikeren ofzo… maar ik heb wel het gevoel niet meer te (willen) voelen,allee, dat klinkt zo raar’

En dan was er dat ander stukje tekst die me wel heel erg aangreep:

‘(…)de werkpunten die we afgesproken hadden….Ik voel dat ik moeilijk kan beginnen er zijn al zoveel dingen in mijn leven dat ik het diepste eigenlijk niet alleen kan aankijken. Toch nu niet,
Echt waar Pia, ik ben zo gewoon om heel de tijd door te doen en weet niet goed hoe te stoppen. 
Ben soms bang dat ik het ga opsluiten zo diep vanbinnen.
Snapje?(…)’

Hier het deel 2 van mijn kussenverhaal:

Het groene kussen. In mijn verhaal van de kussen in mijn vorige blogstukje vervang je het  rode kussen door een groen en vul deze tekst aan:

(…)maar daarvoor heb je een derde kussen nodig: het groene! Omdat het verlies zo diep zit , het verdriet zoveel pijn kan doen, ga je maar door met de rest van je leven. Je doet, werkt, en probeert niet te denken, voelen, het is te beangstigend. Daarvoor dient deze overlevingsstrategie van ‘doen doen doen (alsof?) en niet omzien’. Gelukkig dat we ook het groene kussen  hebben, want het helpt ons niet weg te zinken in een depressie, in een groot verdriet. Wenen is namelijk nog lastiger dan doen alsof, dat is zo. Verdriet slaat vanbinnen en kan beangstigend zijn!

De adoptiecoach

UITSPRAKEN VAN GEADOPTEERDEN MET EEN GOUDEN RANDJE

Als je werkt in de interlandelijke adoptiewereld sta je op het kruispunt tussen mensen die heel graag kinderen willen, maar er geen kunnen krijgen (bij de meeste kandidaat adoptieouders toch) en de ouders die hun kind heel graag zien maar het niet kunnen/mogen houden (meerderheid van redenen voor afstand). Dat alles overgoten met de saus van geld: de ene heeft er te weinig en de andere genoeg om de dure adoptieprocedures te betalen. Een heftige sector om in te werken.
Op datzelfde kruispunt staan, naast ons, de adoptiekinderen en die motiveren me vaak om toch door de hete aardappel te bijten en te blijven zitten, soms tegen beter weten in.
Deze geadopteerden hebben me in de meer dan 20 jaar dat ik in de adoptiesector werk al zoveel toevertrouwd, dat ik hen daar alleen maar dankbaar kan om zijn.
Vele uitspraken blijven me bij, zitten voorgoed in mijn rugzak.Een aantal daarvan hebben een gouden randje. Ik deel er een paar met jullie.
Hij is een prille tiener als hij op straat hoort van vriendjes ‘dat zijn ouders zijn ouders niet zijn, dat hij een aangenomen kind is’. Een paar jaar later zit hij voor mij. Het gaat er niet goed mee zeggen zijn ouders! Ja, het zal wel denk ik meteen. Ik probeer te polsen wat het met hem doet, gedaan heeft. Dezelfde dag dat hij HET vernomen heeft, diezelfde avond in de badkamer vraagt hij HET aan zijn mama, zij bevestigt. Maar ze zien hem heel graag. Dat was het, geen woord meer hierover. Hij werd de woestijn in gestuurd.
Hij vertelt me dat hij er een paar jaar niet meer durfde aan te denken, aan te raken. Maar dan is hij naar de zolder gegaan op zoek naar sporen van wie die andere moeder dan wel is. Hij vindt het boekje van Kind en Gezin over zijn eerste paar maanden (gewicht, lengte en inentingen). Vooraan is zijn naam geschreven bovenop een laagje typex. Hij krast het eraf en daaronder staat zijn andere naam, zijn eerste naam, zomaar. Daar zit hij dan, heel alleen voor dat boekje. Hij neemt tipex en overschrijft opnieuw zijn naam met zijn adoptienaam.
Ik zit met stijgende verbazing en emotie te luisteren. Ik vraag; ’ maar wat voelde je toen, wat dacht je toen?’

‘Ik dacht, ofwel is dit boekje niet echt ofwel ben ik niet echt’

 

 

Ze zit in de derde kleuterklas als haar ouders mij vragen om haar biologische moeder te contacteren. Ze is al jaren heel verward, verdrietig. Waarom ben ik toch niet bij mijn mama kunnen blijven? Wie is ze? Gelijk ik erop? Enz. Nog zo klein en al zoveel wezenlijk belangrijke vragen, zonder antwoord.
Haar biologische mama vinden was niet moeilijk, maar hoe pak je dat met die kleine meid aan. Ik zet me bij haar thuis aan de keukentafel met een kleurrijk boekje. Ik zeg haar dat ik aan de ene kant haar vragen aan haar mama ga opschrijven en aan de andere kant wat zij wil vertellen aan haar mama.
Ze begint meteen te vragen en te vertellen. Alsof ze dit al lang had voorbereid. Ik lees het achteraf nog eens voor, want ik wil het juist hebben. Ja, zegt ze dat is het. Ze geeft me nog een omslag met daarin tekeningen en 2 foto’s. Goed over nagedacht, met prachtige tekeningen op de omslag ook.Ik zeg tot slot: ’ spannend he, je gaat misschien je mama leren kennen?’Zij kijkt me met haar prachtige donkere ogen aan en zegt :

‘Maar Pia, ik ken mijn mama toch, ik heb haar alleen nog nooit gezien’

 

 

Tot slot geen uitspraak maar een heuse brief. Ik mag de auteur ervan aanspreken met mijn voorzitter en daar ben ik blij om. Hij heeft meer dan 1 reden om tegen adoptie te zijn, maar is het niet. Hij verbaast me vaak met zijn to the point visie op adoptie. Maar waar hij me helemaal mee omver heeft geblazen is met de brief die hij schreef n.a.v zijn zoveelste reis naar zijn geboorteland en het zoveelste dode spoor naar mijn moeder.
Hij heeft hem al voorgelezen op de radio, dus mag het hier ook hoop ik:

 

 

Lieve verre onbekende mama,
ik ben ondertussen een volwassen man van 40 die zijn weg zoekt aan de andere kant van deze wereld, maar ooit was ik het kind dat jij gedragen hebt en ter wereld bracht. Dat kan ik met zekerheid zeggen. Dat is ook het enige dat ik met zekerheid kan zeggen. AL de rest kan ik me enkel dromen of verbeelden. Dat je zacht en mooi bent en net zo’n ‘zoeker’ als mij. Ik verbeeld me ook dat je me de eerste jaren van m’n leven heel dikwijls in je armen hebt gehouden, dat je me de borst gaf of dat je huilde omdat je te arm was om me te voeden. Misschien mocht je me niet houden. Misschien kon je niet. Wie zal het me zeggen? Alles wat zou kunnen spreken, mijn geheugen of het summiere dossiertje uit het wezenhuis waar ik te vondeling ben gelegd, zwijgen hardnekkig als een grafsteen. Het is voor mij als kijken naar de zon met mijn ogen dicht. Je voelt de warme rode gloed, je voelt de aanwezigheid van de zon, maar ze blijft onzichtbaar.

De vraag of ik je iets kwalijk neem, vind ik zelfs de vraag niet waard. Ik kan niet geloven dat moeders hun kind vrijwillig afstaan. Er is altijd iets of iemand dat hen daartoe dwingt. Afstaan vind ik dan ook zo’n ongepast woord. Een moeder staat niet af, ze ‘verliest’ haar kind en een kind ‘verliest’ zijn moeder. Wij hebben elkaar ergens verloren, en waarom?
Ik heb één diepe wens die me nooit los zal laten. Wanneer zal ik nog eens in je armen kunnen liggen om me dan tegen je borst aan te drukken? Moederlijke warmte voelen zoals toen, héél lang geleden. Dat, mama, zal ik blijven missen, zo lang ik zoek … naar jou.

De adoptiecoach

“Mag ik je troosten?” Dat is wat adoptiekinderen willen horen, niet ‘waarom heb je nu verdriet, ben je niet gelukkig misschien?’

Er is een prachtige film ‘Trots op ons’ van mijn collega’s van het VCOK. Daarin vertellen adoptieouders en hun kinderen ervaringen. In een van de fragmenten vertelt een adoptiemama dat haar Chinees adoptiedochtertje – een peuter nog – op een avond ligt te huilen in bed. Mama vraagt of ze pijn heeft? Neen! Ben je verdrietig? Ja! En het kleine meisje wijst naar de deur ‘mijn mama’ zegt ze  ’ mijn andere mama’. En dan zegt haar adoptiemama , naar mijn bescheiden mening toch, precies datgene wat dat kind nodig heeft: ‘Ja, ik ben daar ook wel eens verdrietig om. Mag ik je troosten?’ en dan volgt het ‘ja’ van de dochter.
Telkens ik dat fragment toon aan de toekomstige adoptieouders in onze voorbereiding, krijg ik de krop in de keel. Zo zou elke (adoptie)ouder moeten kunnen reageren. Het lijkt makkelijk , maar het is  het niet. Als iemand zijn/haar verdriet toont hebben we allemaal de aandrang om aan de haal te gaan met het verdriet: ‘Je moet er niet aan denken, er zijn veel ergere dingen’ enz… . Geadopteerd of niet, iedereen die met verdriet zit en zich toevertrouwt, heeft het meegemaakt. Vandaar dat we vaak ‘goed’ antwoorden op de vraag ‘hoe gaat het met je?’. Dat bespaart ons de reacties waar we toch niet veel , niets aan hebben, of niet?

Maar we hebben het hier over adoptie, adoptiekinderen die allemaal verlies – verdriet in hun rugzakje zitten hebben als ze in het adoptiegezin aankomen. Dit wordt best zo snel mogelijk boven water gehaald, niet vacuüm laten verpakken ( onder de zware steen van ik moet dankbaar-blij zijn omdat ik gered ben dus waarom zou ik verdriet hebben?).
“Mag ik je troosten?” is vragen ‘vertrouw je mij genoeg om je verdriet aan mij te tonen?’ of ‘ik begrijp het wel, je mag verdriet hebben om die andere mama die je kwijt bent’ .
Geadopteerden horen allemaal ouders te hebben die hier mee omkunnen. Vele adoptieouders kunnen het ook, meer en meer van hen toch. Maar ik hoor dan weer dat zij denken dat troost bieden niet genoeg is en dat ze falen als hun kind af en toe verdriet toont dat eigenlijk groter – intenser is dan het verlies van een hamster ( kan ook een hondje, poes, een vriendinnetje dat van school verandert enz) normaal zou meebrengen. Een wagon vol huilen, verdriet komt er dan vrij.
Maar ze maken onbewust van de gelegenheid ‘gebruik’ om te verwerken, telkens weer… tot het ergste voorbij is en zij als volwassenen een plekje gevonden hebben voor die ‘primal wound’ afgestaan te zijn , niet te weten waar je vandaan komt, afgesneden te zijn.

Een adoptievader die ik goed ken, mailde me deze week :
Ik zat gisteren nog maar net achter mijn computer  of daar verscheen een meisje dat niet kon slapen. En veel tranen had… na veel zoeken en ruimte geven bleek na 3/4 uur te gaan om veel verdriet omdat haar poes vorig jaar voor de deur overreden is. Enfin, alles opzij gezet en met haar bezig geweest, er met haar over praten, want het is een goede oefening als het over andere serieuze dingen gaat, die ze ook kwijt is.

Voila, meer moet dat niet zijn, denk ik dan. Ik reageer kort op zijn mail:

“ja he , jullie adoptieouders kennen ze ook, de wagonnetjes verdriet die aan elk verlies hangen en meegerouwd worden: gezond en nodig.. Ik heb hier al te vaak volwassen geadopteerden bij de coach, die er nog niet aan begonnen zijn. Geen kans gehad (dankbaarheid nietwaar ) en dan blokkeren.. in in triest en dat terwijl het zo’n mooie kans is voor adoptieouders : mag ik je troosten mijn kind? En als je ja krijgt, dan weet je ‘ik ben goed bezig’.

Maar papa blijft piekeren en mailt daarna

“Pia,als ik daar al zou in slagen, dat ik mijn kinderen over hun grote aankomende verdriet te helpen, dan pas zal ik de adoptie als echt, echt, volledig geslaagd beschouwen. Ik kijk er met grote honger naar uit, om mijn kinderen op dat pad telkens weer te “mogen” ontmoeten.”

Ik kreeg het er warm van  en werd stil, wat voor mijn doen niet al te vaak voorkomt!

Mag ik je troosten? Of de meest onderschatte vraag die er is bij verdriet!

De adoptiecoach

Woorden vinden voor wat je voelt is niet altijd gemakkelijk, ook niet als je geadopteerd bent!

Ik had een bezorgde vader aan de lijn: ‘Het gaat niet goed met onze adoptiezoon, het is heel snel van goed naar slecht omgeslagen. We hebben er begrip voor, willen hem helpen, maar als we vragen om er met iemand (ons of een hulpverlener) over te spreken, dan klapt hij dicht’.

Het is niet de eerste keer dat ik dit hoor, heel vaak proberen wij te helpen door jullie te vragen ‘uitleg te geven’- ‘je gevoel  te verwoorden’. Maar waar vind je de woorden om je gevoel mee te benoemen, laat staan dat je weet wat het precies is wat je voelt.
Het is soms wel te zien aan het gedrag, aan de non-verbale communicatie … eerder aan wat niet, dan wel gezegd wordt. Meer nog, niet zelden is wat iemand zegt, eigenlijk niet wat hij/zij voelt, maar ook een beetje bedoelt om de toehoorder (ouder, vriend, lief, hulpverlener – you name it) uit zijn of haar kot te lokken of toch reactie los te weken.

Een paar voorbeelden?
‘je bent toch mijn vader niet! Jij hebt niets aan mij te zeggen’
‘ik wil terug naar …(geboorteland)’
‘Het kan me absoluut NIET schelen wie mijn biologische ouders zijn’
Ik laat het aan mijn lezers over om in te vullen, wat het ook zou kunnen betekenen. Maar vaak zijn er geen woorden voor, zijn deze misschien niet eens voorradig is een gesproken taal, of dekt geen enkele vlag de lading?

Hij is een twintiger en zit voor me starend naar de grond. Zijn ouders hebben hem naar mij gestuurd. Ik ken zijn ouders vrij goed. Zij zaten met hun handen in het haar, hij was de laatste tijd heel agressief, in tegenstelling tot de rustige jongen die hij altijd geweest was.“We geven hem Valium Pia, anders wordt het gevaarlijk voor hem en zijn omgeving”. Ik vraag hen om hem geen medicatie te geven, ja ik zal het wel aankunnen, heb er vertrouwen in.

Eerst wordt er eigenlijk weinig gezegd, een heel klein beetje aftasten of hij hier wel wilt zitten, wiens idee het was enz.
Hij weet het niet. Ok, dat is duidelijk.
Of hij denkt dat hij een probleem heeft, of is het misschien gewoon iets waar je ouders zich onnodig zorgen in maken?
Hij weet het niet.
Je hebt jezelf pijn gedaan aan je polsen? Ja, de salontafel aan diggelen geslagen. Wauw, dat zal spectaculair geweest zijn, ik ken je ouders en ze hebben altijd al sterke salontafels gehad. Er sluipt een glimlach op zijn gezicht, een flauwe, maar hij is er wel.
We zitten gewoon een tas koffie te drinken, stil maar niet gênant. En dan is het er, of beter zijn ze er:de tranen, heel veel en heel lang… het snikken als een kind, een peuter zelfs. Een volwassen, mooie man zit voor me te snikken. En dan doe ik iets waarvan in alle ‘boekjes’ staat dat ik het als hulpverlener best niet doe: ik pak hem vast en het snikken wordt erger. Minutenlang,  hij huilt uit op mijn schouder.
Als het meeste verdriet eruit is, bied ik hem een doos zakdoeken van de HEMA aan: laat je maar eens gaan man, het is op kosten van de staat. We lachen hartelijk.
En dan zegt hij met open vizier: ‘Pia ik weet niet wat ik moet zeggen als mensen mij vuile makak noemen? Ik weet niet wat ik moet zeggen als ze vragen ‘van waar ben je? En ze me niet geloven als ik mijn dorp vernoem Ze spreken Turks tegen mij in Turkije, Italiaans in Italië, Spaans in Spanje en ik begrijp er niets van! Ik weet niet wat ik moet zeggen aan mijn ouders, ik voel me zo kwaad en schuldig tegelijk. Als ik kwaad ben, de boel aan diggelen sla, dan nog, zeggen ze dat ze me begrijpen. Maar hoe kunnen ze? Ik begrijp mezelf niet eens, laat staan dat ik kan zeggen wat ik voel en waarom?’

En daar kunnen we wel weer iets mee doen.
Dat van die racistische scheldpartijen, daar hebben we samen een ‘zin’ voor gezocht . Een zin waarmee hij zichzelf kon verweren zonder agressief te worden; Zijn adoptieouders hadden hem zo overbeschermd dat ze altijd vertelden : ‘als iemand lelijke dingen zegt, doe je maar alsof er niets gebeurd is’- Hij had hier dus geen verweer tegen gevonden, noodzakelijk toch om je machteloosheid om te zetten in weerbaarheid. Maar niet voor we samen op zoek waren gegaan naar het waarom van zijn mooie bleekbruine tint. Ook dat hadden zijn ouders nooit gezegd, hij had er nooit durven naar vragen. Dus daar waren woorden wel op hun plaats geweest. We hebben samen naar muziek geluisterd van dat mooie prachtige Noord-Afrikaanse land. Hij voelde voor het eerst enige trots en kon zelf de woorden vinden om te reageren op racistische opmerkingen.
Maar het vele verdriet dat daar nog zat kreeg niet meteen een naam, maar moet dat? Ik heb samen met hem gezocht naar een manier om het niet onder water te houden, het te laten vrijkomen bij mensen di e hij vertrouwt.
Het was alsof hij moest  leren stappen, hij was het niet gewoon, maar het is hem gelukt.

Woorden, ze zijn niet altijd voorradig, ook niet altijd nodig. Wat wel nodig is dat wat je voelt niet mag verrotten, niet mag vacuüm verpakt worden.Want dan is de kans groot dat de verpakking onverwacht ontploft en veel te heftig naar buiten komt om mee om te gaan. Op dat moment moet je misschien professionele hulp zoeken,

De adoptiecoach

BERICHT AAN EEN AFSTANDSMOEDER: Ik heb nog altijd dat kleine kistje met dat deel van mijn hart dat altijd zo hevig naar jou verlangt!

Ze droeg deze tekst voor met kwetsbaarheid en kracht. Iedereen had de krop in de keel. De tranen in haar ogen wijzen erop dat zij dit heel diep van binnenin heeft gehaald, vanuit een buikgevoel heeft opgehaald.
Deze geadopteerde jonge vrouw  wil liever niet dat haar naam vermeld wordt, maar het mag wel op de blog. Dankjewel!

Op een dag loop ik weg….
dat was zoveel jaren geleden.
Op een dag loop ik weg en ga naar mijn mama….
Dat was lang geleden,
toen mijn tranen mij vertelden wat ik moest doen.
Op een dag loop ik weg… helemaal naar India….
Ja, dat zou ik doen… maar de wereldbol in mijn hart bleek
veel kleiner dan hij in werkelijkheid was.
Op een dag loop ik weg, naar daar, ik wist het niet goed…
want ze lijken daar allemaal op mij en ik wil één van hen zijn?
Op een dag loop ik weg,
het maakt mij niet uit naar waar…
Niet hier ergens in België, maar ook niet naar haar.
Op een dag liep ik weg…
en vond de weg niet meer naar huis
omdat in alle eenzaamheid ik niet meer wist
of mijn huis wel ergens stond…en er ook niemand
niemand  was die mij dit vertellen kon.
Op een dag vloog ik weg.
Het deed raar, maar de jaren hadden besloten:
nu ben je er klaar voor, dus deed ik dat maar.
Op een dag vloog ik heen en weer,
geslingerd tussen wat gebeurde en wat komen zal
twijfelend aan waarheid en leugen.
De enige die het me vertellen kon… toen…was het
vage spiegelbeeld van een meisje die ik misschien wel kennen zou.
Na al het lopen en vliegen
was ik heel erg moe… rust in mijn hoofd… dat was mijn doel!
Ik had het in een kistje geborgen, dat deel van mijn hart.
omdat ik tijd en energie aan iemand anders heb verpand.
Nu kijk ik terug naar het verleden, soms met een vertroebelde blik.
Ja, de tranen zijn gebleven…
ondanks de mooie geschenken dat het leven mij ook heeft gegeven.

Nu loop ik niet meer weg.
Ik heb mijn huis gevonden.
Klein en gezellig, warm en vol liefde, met kinderverdriet en veel schatergelach,
eerlijk en spontaan…
En weet je? Ik weet ook terug het huis van mijn mama en papa staan.
Maar ooit… ga ik weer vliegen!
En misschien kom ik naar je toe

En mocht het niet meer kunnen zijn,
ik heb nog altijd dat kleine kistje met dat deel van mijn hart,
Dat deel dat altijd en voor altijd zo hevig naar jou verlangt!

Maart 2011

 


RSS Artikels op Geadopteerd.be

  • Er is een fout opgetreden. De feed is waarschijnlijk uit de lucht. Probeer later opnieuw.

Schrijf je in en ontvang nieuwe berichten van deze blog via e-mail.

Doe mee met 75 andere volgers

Blog Stats

  • 102,386 hits