Archief voor november, 2011

Ik ga toch terug naar mijn land! En het verhaal van de kussens.

Ze was net geen 4 en moest van haar mama haar kamer opruimen. Geen zin, zoveel was duidelijk. Wel, het moet zegt mama, het is niet anders. Boos werd ze, razend en bovendien zet ze meteen haar adoptiestatus in: ‘ik ga toch terug naar mijn land!’. Daar sta je dan als adoptiemama. Even slikken en dan vroeg ze ‘mag ik dan mee?’. Het was nu de beurt aan haar dochter om na te denken, niet lang echter: ‘ ja’. Bleef natuurlijk nog het ‘opruimpunt’ over.

Adoptiekinderen zijn – net als andere kinderen – af en toe heel kwaad op hun ouders. Mijn dochter van 4 riep me ooit toe ‘gij zijt mijn stiefmoeder!’ . Ze zat helemaal uitgedost in Barbiekleed , klaar om te vertrekken naar een verjaardagsfeest. Ik had gezegd (chantage dat geef ik toe en pleit schuldig) dat ze pas naar het feestje mocht als ze haar bord uitat. Ze was woedend. Ik was verbolgen, ik stiefmoeder? (voor alle duidelijkheid 17 jaar geleden was stiefmoeder nog deze van Sneeuwwitje, Doornroosje en Hansje en Grietje). Maar ze gooide alles in de strijd en aangezien ze naadloos wist hoe ze mama kon raken, was het meteen 1-1. We hebben een compromis gezocht en gevonden. 2 minuten nadien lag ze in mijn armen te knuffelen en kon ik hartelijk lachen.
Kwaadheid en woede bij adoptiekinderen is echter altijd al een bijzonder thema geweest, dat hoor ik en dat heb ik zelf al aan de lijve moeten ondervinden.
Een paar voorbeelden?
Zijn adoptiepapa omschrijft het als flipflap gevoelens. Zelf vind ik het een mooi woord. Het ene moment is hij heel blij en vrolijk en plots – out of the bleu- slaat het over in woede. Het is niet altijd duidelijk waarom en wat er gebeurd is. Hij gooit zich op de grond en ontsteekt in een razernij. Haat lijkt het wel, zo kwaad, zo intens boos. Op papa en mama lijkt het wel, maar is dat zo vragen ze mij? En vooral wat moeten we hiermee?
Het is al heel wat jaren geleden toen mij gevraagd werd om een nieuw initiatief van en voor geadopteerden mee te ondersteunen in hun oprichting. Het was een schitterend project. Via een telefoonlijn (in navolging van kinder- en jeugdtelefoon) zouden geadopteerden hulpvragen kunnen stellen en ondersteuning vragen. Zoals de geadopteerden het nu via een website doen, zo wilde een geadopteerde jongedame het in die tijd via de telefoon bereiken. Er werden een paar geadopteerden rond de tafel gezet en ik zou proberen daar waar nodig te helpen. Niet lang na de opstart zat het er al bovenarms op. De ene geadopteerde had een tekst van een andere ‘gerestyled- aangevuld’. Zonder aanleiding , als een emotionele tsunami werd zij aangevallen alsof zij een soort misdaad had begaan. Ik probeer nog te temperen ‘het is maar een tekst, we moeten dit niet persoonlijk nemen’ maar ook ik kwam in het vizier. Wie ik dan wel was en paf ik kreeg ook de volle lading.
Ik was er ondersteboven van. Ja, ik had nog vrijwilligerswerking ondersteund als sociaal werker, maar dit soort aanvallen die de man en niet de bal speelden.. neen dat had ik nog nooit meegemaakt. Ik was er – eerlijk?- ik was er echt helemaal onderste boven van.
Waarom was ik het ene moment ‘de goeie’ en het andere moment ‘absoluut fout’ en werden alle contacten verbroken. Ik had en heb daar respect voor, heb laten weten aan mijn opdrachtgever dat ik eruit stapte en dat was het.
De flipflap waarover papa het heeft bij zijn zoon , de zwartwit omslag in emoties, dat heb ik helaas ook een aantal keer moeten meemaken. Nog steeds heb ik er geen verweer tegen, raakt met mij als mens heel diep en blijf ik achter met een  slecht gevoel. Ik lijk me daar niet goed tegen te kunnen wapenen.

Maar woede, kwaadheid is ook altijd een onderdeel van het leven. Een leven waarin elk van ons verlies meemaakt en dus ook rouw. In de rouw zit een fase kwaadheid, woede en soms agressie. Ik heb dit niet uitgevonden , dit is beschreven en ervaren door ervarings- en andere deskundigen.
Wat de adoptiecoach soms doet als er een adoptiekind voor mij zit, of de ouders als het kind niet mee is, is dit verhaal van de kussens vertellen. Dat heb ik ‘gekregen’ van een goeie collega die dit via een Canadese collega in adoptie – Joanne Lemieux- heeft meegekregen .

Het verhaal van de kussens!

Het zwarte kussen (hou dit tegen je buik aan) is jouw verlies, wat jou pijn heeft gedaan. Soms weten we dat niet eens bewust. Maar ieder van ons heeft een zwart kussen, diep vanbinnen. Adoptiekinderen hebben hun mama – familie moeten achterlaten, hun land, hun familie, hun vertrouwde geuren en kleuren. Dus dat zit in dat zwarte kussen.
Het witte kussen zit daar bovenop, ook onbewust. Dat is het verdriet dat elk verlies meebrengt. Soms is dit zo groot dat het verdriet heel veel pijn doet en dat je onbewust alles wilt verstoppen , niet tonen en niet voelen.

Maar daarvoor heb je een derde kussen nodig: het rode! De kwaadheid , de woede om dat verlies, de pijn niet te hoeven voelen. Daarvoor dient onze woede, gelukkig dat we die hebben, want het helpt ons niet weg te zinken in een depressie, in een groot verdriet. Wenen is namelijk nog lastiger dan kwaad worden, dat is zo. Verdriet slaat vanbinnen in, woede slaat naar buiten en doet de ander meer pijn dan jezelf.

Vandaar dat er nog een kussen in het spel zit: het oranje en dat is schuldgevoel. Heel vaak voel je je eerst opgelucht na een ruzie, maar meteen daarna voel je je schuldig: wat heb ik nu gezegd, gedaan?

Maar wenen-verdriet zit wel dichter bij  je verlies en daar moet je aan kunnen om te verwerken, te helen. Je verlies durven tonen is je tonen zoals je bent, zoals je je voelt. Daarvoor is er moed, vertrouwen, begrip en tijd nodig. Dus is boosheid een goeie – soms noodzakelijke- afleider.
Soms beginnen de kinderen, de ouders spontaan te vertellen van de keren dat het rode kussen niet in de weg zat en het witte vooraan lag. Dan mogen mama en papa wel zien, voelen wat ik voel. Ja, dat is het, maar het is moedig en lastig om dat rode kussen weg te nemen en je heel kwetsbaar op te stellen.
Soms zegt mama en/of papa met tranen in de ogen ‘Pia wij hebben die kussens ook. Ook wij hebben het verlies van geen kinderen kunnen krijgen nog bij ons, het witte kussen van verdriet verstopt achter onze woede als er weer iemand een ongepaste opmerking over onze kinderloosheid maakt’
Kijk, als 3 kussens kunnen helpen om elkaar te begrijpen, waarom niet? (ik kocht ze in AXION , ze zijn mooi en heel goedkoop)

De adoptiecoach

AAN DE HAAL MET JE (ADOPTIE)VERHAAL!

Het overkomt iedereen, ook de besten onder ons. Iemand toont , vertelt zijn of haar verdriet of verhaal en wij gaan aan de haal met het verhaal.Voorbeeld?

“Hoe is het?”
(als iemand al eerlijk durft zijn in onze pijnvermijdende samenleving)

“Niet zo goed, mijn vader is een paar weken geleden overleden”

“oei, mijn deelneming, hoe oud was hij ?”

“86 jaar”

“ een schone leeftijd, ik zou ervoor tekenen. hij heeft een mooi leven gehad. Mijn vader was er maar 65!”
En weg is je verhaal, ze gaan ermee aan de haal.

Lut Celie schreef er ooit een mooi cursiefje over in De Morgen, hier een klein stukje ervan:
“Het is mijn verhaal, blijf eraf! Dit fenomeen uitleggen of benoemen is een beetje delicaat. Iedereen bezondigt er zich in zeker mate aan, maar het is de overdrijving die je horendol kan maken. Mocht je er echt beginnen op te letten, zoals ik de voorbije weken deed, dan zou je op den duur sterretjes zien. Zo veelvuldig komt het voor, zo verstikkend is het: het afpakken van iemands verhaal. Dat gaat als volgt. Je vertelt iets en meteen duwt je gesprekspartner zijn of haar verhaal onder je neus, soms nog voor je uitgepraat bent en zeker vooraleer je begrip hebt gekregen. Meteen wordt je in de energie van de ander geduwd, weggepraat door iemand die de draad van het verhaal overneemt, er zijn of haar bevindingen handig tussenschuift, en er zijn eigen zaak dus ook probleem van maakt. Niet noodzakelijk slecht bedoeld, het is een onbewust proces. Maar het schaadt de persoon die iets mee te delen heeft’

Waarschijnlijk herken jij jezelf in beide kanten van het verhaal: of men gaat ermee lopen, met je verhaal, of jij gaat lopen met iemand anders zijn verhaal! Juist.
Ik probeer hier altijd even op de stoel van geadopteerden te zitten,  dat zouden jullie al moeten doorhebben?

Sonny vertelt in een workshop dat hij zich in Nederland niet thuis voelt en zo snel mogelijk terug wil naar zijn thuis- Indonesië (zie vorige bijdrage in deze blog) . Een deelnemer aan de workshop zegt ‘Maar hij zal daar misschien ook niet thuishoren? En terugkomen! ’. Iemand anders geeft de reactie ‘ik had het ook niet gemakkelijk met mijn biologische ouders en heb het daar jaren lastig mee gehad’

Zie je, het gebeurt ook hier! Ook goed bedoeld, inderdaad, maar ik zou het niet neerschrijven als ik niet wist dat vele geadopteerden is een soort ‘vacuüm’ terugtrekken met hun verhaal omdat zoveel mensen aan de haal gaan met hun adoptieverhaal en zich dan maar niet meer toevertrouwen, jammer!

 

 

 

‘Ben je blij dat je geadopteerd bent?’
‘niet echt, ik heb het er moeilijk mee bij momenten’
Reactiemogelijkheden :

-‘is dat waar? Je hebt hier toch meer kansen dan daar, ik had niet zo’n toffe ouders als jij nu hebt hoor’

– ‘als je daar was gebleven was je misschien dood en dat is toch erger?’

– als je daar was gebleven leefde je in een instelling of op straat’

– ‘biologische kinderen hebben het ook soms moeilijk hoor, het heeft niets met adoptie te maken denk ik toch’

-‘ wij hebben het nochtans goed bedoeld hoor?’ (reactie van de adoptieouders zelf)

-‘ vind je het erg dat je er anders uitziet? Dat is raar je bent zo mooi bruin, wij moeten daarvoor onder de zonnebank’

Enz.

Misschien moeten we allemaal wel even wachten met reageren als iemand ons zijn of haar probleem, verdriet toevertrouwt en niet aan de haal gaan met het – al dan niet adoptie- verhaal.

 

 

 

De adoptiecoach

IK WAS JARENLANG DE HANDPOP VAN MEZELF .Het verhaal van Sonny – vroeger Jelle genaamd!

Ik had het hier al wat aangekondigd: een congres rond ‘identiteit in adoptie’ was mijn doel eind vorige week. Ik keek met gemengde gevoelens uit naar de workshops in de namiddag en hoopte dat ze mij dit keer wel konden warm maken. Verrassingen maken gelukkig deel uit van het leven, meningen zijn er (vooral) om te worden herzien. En dit keer was het een workshop die voor mij het congres heeft gered. Ik ga jullie niet vervelen met mijn mening over de 2 referaten in de voormiddag, maar ik had over de middag toch de neiging (zeg maar behoefte) om Utrecht in te trekken en vooralsnog te genieten van mijn verre (230km heen en evenveel terug incl fileleed) reis naar het Noorden. Maar ik heb het gelukkig niet gedaan, ben gebleven. De eerste workshop heeft mijn dag gered. Meer nog, Sonny heeft mijn dag gered. Ik heb hem nadien gevraagd of ik zijn verhaal aan jullie mocht vertellen, tonen en ja, het mag. Hij begint zijn verhaal met ‘Ik ben Sonny, mijn Nederlandse naam is Jelle. Maar ik heb onlangs beslist dat ik liever Sonny heet, dat zelfbeschikkingsrecht wilde ik wel hebben’ Er werd  geglimlacht in de zaal: ik had het gevoel dat iedereen dacht ‘Jelle, rare naam voor een exotische jongen als jij ‘(maar dat weet ik niet zeker natuurlijk). Hij is geadopteerd op erg jonge leeftijd vanuit Indonesië naar Friesland. Zo ging zijn verhaal verder. Hij was duidelijk erg goed voorbereid en enthousiast om zijn verhaal te delen met vele adoptiewerkers en een paar geadopteerden die zich in de zaal vertoonden (deze laatste vallen toch op, vandaar dat ik meteen gezien had dat er nog ervaringsdeskundigen in de  zaal zaten , oef).

De eerste jaren verliepen rimpelloos: hij was een vrolijk kind. Of hij dat was of dacht dat het zo moest, dat was bij nader inzien iets wat hij pas in zijn volwassen leven had ingezien. De prachtige zin die me altijd zal bijblijven ‘ik ben jaren de handpop van mezelf geweest’  komt zomaar de zaal ingerold. Hij  dacht niet na over zijn adoptie en ja (want we konden vragen tussendoor stellen) hij was in een open gezin terecht gekomen. Hij mocht het thema adoptie aankaarten, maar had daar eigenlijk geen behoefte aan. Hij deed het erg goed op school en had veel vrienden. Hij was ook wel wat de lolbroek in groep en op school. Het enige waar ‘over te klagen’ viel, vonden de leraars was ‘dat hij wat moeite had met gezag’. Dat vond Sonny zelf niet erg (wie wel?). Maar hij dacht dat het kwam omdat zijn papa als vrachtwagenchauffeur  6 op 7 dagen van huis was en tja, die ene dag dat hij wel zijn ouderlijk gezag liet gelden, dat was niet altijd aan Sonny besteed. Toen ging hij naar de HAVO en daar werd het geleidelijk aan veel  minder, zowel het gevoel als de punten. Om een lang verhaal kort te maken, het ging op en af met zijn studies, met zijn gevoelens en hij kwam ernstig in conflict met zijn adoptieouders. Hij  zocht hulp en kreeg die. Een heel langzaam proces, maar zoveel was duidelijk, nu op zijn 25ste was de relatie met zijn ouders veel beter en zelfs goed te noemen. Maar hij bleef worstelen, ook met zijn adoptie, zijn identiteit. Nadat hij begin dit jaar voor de 2de keer in een zware depressie terecht kwam, besloot hij , in samenspraak met zijn therapeut en ouders, dat hij zou vervroegd vertrekken naar Indonesië om daar zijn land en familie terug te vinden. Hij deed dat samen met zijn adoptiemama, die hem erg goed aanvoelde vond hij zelf. Op dat moment beginnen de lichtjes in zijn ogen pas echt te glinsteren. Hij is thuisgekomen, zoveel is zeker. Hij heeft zijn mama en (half)broers en zussen ontmoet, is ontzettend warm ontvangen door het hele dorp en dat heeft hem duidelijk erg veel goed gedaan. ‘Ik ben nu aan het sparen om zo snel mogelijk terug naar huis te gaan’. Deze uitspraak doet de zaal opschrikken. Sonny voelt het en zegt verontschuldigend ‘ja, ik had me ook liever hier thuis gevoeld, maar helaas, mijn thuis ligt daar en ik wil er zo snel mogelijk weer heen’ Er wordt wat gemompeld, maar vragen, neen die zijn er nu niet. Hij zegt nog, ‘ja ik weet ook niet of ik dat na 6 maand ginder ook nog vind, maar ik moet het proberen’ Nog vragen? Neen, wel dan toon ik nog iets ;Hij loop naar de laptop en start een filmpje vanop zijn Facebook pagina, namelijk dit filmpje

Home is where the heart is from Delinquent-rex on Vimeo.

Jij ook? Wel ik ook. Ik was onder de indruk. De vrouw naast mij, ook een adoptiewerkster, kijkt me met tranen in de ogen aan en zegt ‘mooi he’- Ik word kwaad ‘schoon zeg ik, ik vind dit vooral confronterend als adoptiewerker’ Ik schraap alle moed bijeen en vraag het hem’ wat moeten wij adoptiewerkers concluderen als we jouw verhaal gehoord en gezien hebben? Mijn identiteit als adoptiewerker staat hierdoor ook onder druk’ – Hij kijkt rond, aarzelt niet en zegt heel zacht ‘wat mij betreft, ik was liever in mijn land gebleven, zelfs al was het in een tehuis’ Ik ben sprakeloos! Zo niet een mannelijke adoptiewerker die even ter berde brengt ‘ja maar hij (alsof Sonny er niet bij zit) zegt toch ook dat hij misschien na 6 maand terug is omdat het daar ook niet lukt’ –Ik word kwaad maar zeg niets (meer) – alsof dat nu goed nieuws zou zijn en alsof dat een legitimatie voor ons ‘adoptie’werk is. De andere geadopteerden uit de groep vertellen kort dat het voor hen helemaal anders is. Toch blijft het verhaal kleven , niet eens als een anti adoptieverhaal, helemaal niet. Ik leer hier heel veel van. Bedankt Sonny. En toen ik met San-Ho ( mijn geadopteerde voorzitter) door het station richting Binnenstad Utrecht liepen ‘s avonds, kwamen wij plots , ja, Sonny tegen. Hij had net op algeheel Hollandse wijze… een worstenbroodje uit de muur gehaald. Ja, met Sonny komt het goed, dat gevoel heb ik toch.

De adoptiecoach

Identiteit: wat is dat en hoe zit dat bij geadopteerden?

Ik ga vandaag richting Utrecht om morgen een adoptiestudiedag rond identiteit bij geadopteerden bij te wonen. In de voormiddag komen professoren wetenschappelijk onderzoek en kennis doorgeven. In de namiddag zijn er verschillende workshops. Ik heb het niet zo met de workshops van onze collega’s in Nederland. Vaak moeten we daar iets ’doen’ en kan ik me niet vinden in de rollenspelletjes van ‘beeld je in dat je een adoptieouder of geadopteerde of afstandsouder bent’ . Of ze zetten je in een soort opstelling , hangen koordjes aan je handen en iemand die zich dan moet inleven in een rol, mag aan je trekken als je iets zegt wat zij niet goed vinden.. of zoiets ( het ging toen rond loyaliteiten). Ik weet niet of het aan de cultuurverschillen ligt of aan mezelf, ik hou meer van informatie- en ervaringsoverdracht op een studiedag en hou  de inleving, discussie liever voor de koffie achteraf ( of karnemelk bij de Nederlanders). Voor de rest zijn deze studiedagen voortreffelijk georganiseerd, daar niet van en mijn mening over workshops heb ik hen al doorgegeven, ik verklap hier geen geheim.

Maar omdat meningen er zijn om bij te sturen, als daar een goeie reden voor is , wil ik hier even een oefening (een workshop om thuis voor de computer te doen zeg maar) doorgeven aan jullie geadopteerden.
Ooit hoorde ik van collega vormingswerker dat zij , bij wijze van kennismaking, mensen liet een wapenschild maken; Daarop moesten ze 4 vakjes invullen met woorden, foto’s of symbolen. Dat alles samen zou – op dat moment – de kern van hun identiteit kunnen zijn .

Over geadopteerden bestaan vele meningen, zijn vele onderzoeken gedaan, boeken geschreven, referaten gehouden, zo ook over DE IDENTITEIT. Het kan bijwijlen een conflict opleveren, zegt de ene, het moet groeien naar evenwicht , zegt de andere. Ik probeer wat dat betreft vooral naar jullie geadopteerden te luisteren.
En stel , jij maakt een wapenschild, wat zou dan NU de meest prominente plaats innemen op de vier kanten van je wapenschild?
Ik heb natuurlijk ook een poging gedaan bij mezelf, leek me toch wel prettig. Ja, het begon al met ‘moeder van 2’- daar twijfelde ik niet echt aan. Sinds ik 25geleden moeder ben geworden en 20 geleden voor de 2de keer, is er geen ontkomen aan: moeder zijn is een groot stuk van mijn identiteit, ook al heeft er ééntje al het huis verlaten en zit de ander op kot.

Maar dan, dan moest ik toch hard gaan nadenken en schrappen en zoeken. Vrouw van… adoptie….vriendin van.. wielertoerist… dochter van…Vlaming… Belg…Europeaan???? ik kom er niet met 4 en toch lijkt het me een goeie oefening om het  eens met max 4 te doen en een orde van belangrijkheid te zoeken.
Maar hoe zit dat dan met jullie geadopteerden: waar staat dat geadopteerd zijn? Waar staat jullie land (cultuur)van herkomst? Staat je andere huidskleur erin? Jullie hebben nog zoveel meer om uit te kiezen.
Ik ben benieuwd naar jullie wapenschild!

De adoptiecoach

 


RSS Artikels op Geadopteerd.be

  • Er is een fout opgetreden. De feed is waarschijnlijk uit de lucht. Probeer later opnieuw.

Schrijf je in en ontvang nieuwe berichten van deze blog via e-mail.

Doe mee met 75 andere volgers

Blog Stats

  • 101,657 hits