Archief voor september, 2011

UITGESTELDE ROUW BIJ GEADOPTEERDEN

Voor mij zat een mooie jonge vrouw, klein van stuk, maar groots in haar verdriet. Ze probeerde moedig haar tranen te bedwingen, maar dat hield ze niet lang vol. Bij één van de ogenschijnlijk vrij onschuldige vragen ‘ hoe voelde je je op de middelbare school?’ kwamen de tranen. Ik vroeg: ‘was je eenzaam?” en ze knikte heftig, ja, dat was het. Bij elke daaropvolgende vraag van mijn kant, bleven ze vloeien, stromen moet ik zeggen. Zoveel tranen! Van waar komen die plots vandaan? Waarom zoveel? Waarom tonen ze zich aan mij,  een wildvreemde?
In  ‘vaktaal’ heet dat uitgestelde rouw. Dit is uiteraard geen alleenrecht voor geadopteerden. We beschikken allemaal gelukkig over het vermogen de rouw, om een intens verlies, uit te stellen. We stellen dit uit tot we er tijd voor hebben, het aankunnen, er emotionele ruimte voor hebben … enz. In rouwtermen zou dat negeren heten. Je verlies niet in de ogen durven/kunnen kijken en achter gesloten deuren wegsteken, met een goed slot erop. Een nog betere vergelijking is de ‘bal onder water’ houden, diep diep wegduwen.

Maar iedereen weet dat die bal er ooit eens met een enorme kracht uitvliegt, hoog boven het water. Hoe langer en hoe dieper we ons verdriet proberen onder water te houden, des te heftiger springt deze uit het water, vaak tot onze eigen (en van onze omgeving) verbazing. Wat is dat hier?

Veel geadopteerden hebben het gedaan, hun verlies, verdriet weggestopt. Ze hebben de rouw dus uitgesteld.Waarom?
Elk verlies in ons leven, brengt noodgedwongen rouw(verwerking) mee. Geen mens die eraan ontsnapt. Het is echter zo dat geadopteerden een aantal extra’s in hun leven hebben, die ertoe kunnen bijdragen dat ze hun rouw (moeten) uitstellen.

De eerste “bonus” is – opnieuw- de grote dankbaarheid die ze vaak voelen tegenover die mensen die hen geadopteerd hebben, dankbaar omdat ze gewoonweg geadopteerd zijn. Zij zien vaak hun adoptie als een levensreddende hulp: ‘als ze mij niet hadden geadopteerd, wat was er dan met mij gebeurd?’ en alle variaties op dit thema. Dankbaarheid omdat je geadopteerd bent is absoluut niet nodig, dat vinden de meeste adoptieouders heden ten dage gelukkig ook, maar helaas voelen vele geadopteerden dat wel. Dus ook: hoe kan ik dan tonen hoe verdrietig ik ben, dat ik het moeilijk heb? Dat ik mijn mama daar mis? Dat ik mijn tehuis mis? Enz.. Ga er maar aan staan! Ik zie de verwarring op de gezichten van de geadopteerden voor mij: ja maar, hoe kan ik nu tegelijk blij zijn dat ik geadopteerd ben EN verdrietig omdat ik geadopteerd ben?  Een mens zou voor minder verward zijn, zijn rouw uitstellen.

Een tweede extraatje voor geadopteerden is dat de adoptieouders soms zelf nog met een dosis onverwerkt verlies en uitgestelde rouw zitten. Het verlies van het  geen biologische kinderen kunnen krijgen zit niet zelden in de rugzak van adoptieouders. Ik werk al meer dan 20 jaar met kandidaat adoptieouders die me geleerd hebben dat de ongewenste kinderloosheid wel erg diep kan ingrijpen. Ook zij stuiten op onbegrip van de omgeving en niet zelden (moeten) stoppen zij de rouw daaromtrent weg. Maar kinderen en adoptiekinderen in het bijzonder, hebben zeer zeer goeie emotionele voelsprieten. Ze voelen als geen ander aan dat ze mama of papa kwetsen met heel normale vragen als ‘ik ben verdrietig omdat ik mijn mama niet ken’ , ‘zou mijn mama nog leven?’ of ‘ik wil terug naar mijn mama, ik mis haar’ of variaties op het thema.

Zij kunnen op dat moment niet veel anders dan hun verdriet uitstellen en wachten. wachten tot er een plekje is waar ze in veiligheid  en in vertrouwen kunnen van start gaan met rouwen om wat ze verloren zijn door de adoptie. Natuurlijk hebben ze veel gewonnen door de adoptie, maar ook veel verloren.
Niet zelden komt de rouw, het immense verdriet boven water  als er iets heel intens (mooi of moeilijk of tegelijk) gebeurt in hun leven.
Een geboorte van een biologisch kind bvb, of de ontmoeting met hun biologische familie, of een relatiebreuk, het zijn maar een paar voorbeelden.
Dan kunnen ze niet anders dan eraan beginnen, de bal vliegt hoog op uit het water, de deur vliegt uit de hengsels zeg maar.

‘Het doet zo’n pijn’, is een zin die ik hier vaak hoor.Of ‘ik ben zo bang om in dat zwarte gat te vallen’ is een andere.
Depressieve gevoelens duiken op, verdriet dat vastloopt of heel intens is,  geeft soms uit op een depressie en dan moeten we snel  ingrijpen. Dan komt de gevarenzone wel heel dichtbij
Dat probeert de coach te vermijden. Ik geef toe, wie zich aanmeldt bij mij is al een eind op weg, heeft al de nodige energie verzameld om op weg te gaan, de rouw aan te pakken. Op zoek naar de wegwijzers om niet te verdwalen, dat doen we samen. Het werk – helaas- is voor de geadopteerde zelf natuurlijk.

En uiteraard is er ook goed nieuws. De jongste generatie adoptieouders – zeg maar zeker diegene die de verplichte voorbereiding achter de rug hebben – zijn ook daarop voorbereid. Ik moet zeggen dat ik daar dan weer heel sterke verhalen hoor, mag meemaken. Adoptieouders die alert zijn voor de rouw van hun kinderen, toelaten dat het er is, en natuurlijk.. heel belangrijk, hun eigen verlies eerst zelf verwerken.
Deze adoptiekinderen moeten niets uitstellen, het kan gebeuren daar waar het naar boven komt, dat is  het allerbest. De titel van het boek van Brodzinsky ‘ geadopteerd, een leven lang op zoek naar jezelf’ is er niet voor niets en hoeft trouwens niet aan te geven dat dit zoeken een regelrechte calvarie is vol problemen, wel integendeel.

De adoptiecoach

Advertenties

“Mag ik je troosten?” Dat is wat adoptiekinderen willen horen, niet ‘waarom heb je nu verdriet, ben je niet gelukkig misschien?’

Er is een prachtige film ‘Trots op ons’ van mijn collega’s van het VCOK. Daarin vertellen adoptieouders en hun kinderen ervaringen. In een van de fragmenten vertelt een adoptiemama dat haar Chinees adoptiedochtertje – een peuter nog – op een avond ligt te huilen in bed. Mama vraagt of ze pijn heeft? Neen! Ben je verdrietig? Ja! En het kleine meisje wijst naar de deur ‘mijn mama’ zegt ze  ’ mijn andere mama’. En dan zegt haar adoptiemama , naar mijn bescheiden mening toch, precies datgene wat dat kind nodig heeft: ‘Ja, ik ben daar ook wel eens verdrietig om. Mag ik je troosten?’ en dan volgt het ‘ja’ van de dochter.
Telkens ik dat fragment toon aan de toekomstige adoptieouders in onze voorbereiding, krijg ik de krop in de keel. Zo zou elke (adoptie)ouder moeten kunnen reageren. Het lijkt makkelijk , maar het is  het niet. Als iemand zijn/haar verdriet toont hebben we allemaal de aandrang om aan de haal te gaan met het verdriet: ‘Je moet er niet aan denken, er zijn veel ergere dingen’ enz… . Geadopteerd of niet, iedereen die met verdriet zit en zich toevertrouwt, heeft het meegemaakt. Vandaar dat we vaak ‘goed’ antwoorden op de vraag ‘hoe gaat het met je?’. Dat bespaart ons de reacties waar we toch niet veel , niets aan hebben, of niet?

Maar we hebben het hier over adoptie, adoptiekinderen die allemaal verlies – verdriet in hun rugzakje zitten hebben als ze in het adoptiegezin aankomen. Dit wordt best zo snel mogelijk boven water gehaald, niet vacuüm laten verpakken ( onder de zware steen van ik moet dankbaar-blij zijn omdat ik gered ben dus waarom zou ik verdriet hebben?).
“Mag ik je troosten?” is vragen ‘vertrouw je mij genoeg om je verdriet aan mij te tonen?’ of ‘ik begrijp het wel, je mag verdriet hebben om die andere mama die je kwijt bent’ .
Geadopteerden horen allemaal ouders te hebben die hier mee omkunnen. Vele adoptieouders kunnen het ook, meer en meer van hen toch. Maar ik hoor dan weer dat zij denken dat troost bieden niet genoeg is en dat ze falen als hun kind af en toe verdriet toont dat eigenlijk groter – intenser is dan het verlies van een hamster ( kan ook een hondje, poes, een vriendinnetje dat van school verandert enz) normaal zou meebrengen. Een wagon vol huilen, verdriet komt er dan vrij.
Maar ze maken onbewust van de gelegenheid ‘gebruik’ om te verwerken, telkens weer… tot het ergste voorbij is en zij als volwassenen een plekje gevonden hebben voor die ‘primal wound’ afgestaan te zijn , niet te weten waar je vandaan komt, afgesneden te zijn.

Een adoptievader die ik goed ken, mailde me deze week :
Ik zat gisteren nog maar net achter mijn computer  of daar verscheen een meisje dat niet kon slapen. En veel tranen had… na veel zoeken en ruimte geven bleek na 3/4 uur te gaan om veel verdriet omdat haar poes vorig jaar voor de deur overreden is. Enfin, alles opzij gezet en met haar bezig geweest, er met haar over praten, want het is een goede oefening als het over andere serieuze dingen gaat, die ze ook kwijt is.

Voila, meer moet dat niet zijn, denk ik dan. Ik reageer kort op zijn mail:

“ja he , jullie adoptieouders kennen ze ook, de wagonnetjes verdriet die aan elk verlies hangen en meegerouwd worden: gezond en nodig.. Ik heb hier al te vaak volwassen geadopteerden bij de coach, die er nog niet aan begonnen zijn. Geen kans gehad (dankbaarheid nietwaar ) en dan blokkeren.. in in triest en dat terwijl het zo’n mooie kans is voor adoptieouders : mag ik je troosten mijn kind? En als je ja krijgt, dan weet je ‘ik ben goed bezig’.

Maar papa blijft piekeren en mailt daarna

“Pia,als ik daar al zou in slagen, dat ik mijn kinderen over hun grote aankomende verdriet te helpen, dan pas zal ik de adoptie als echt, echt, volledig geslaagd beschouwen. Ik kijk er met grote honger naar uit, om mijn kinderen op dat pad telkens weer te “mogen” ontmoeten.”

Ik kreeg het er warm van  en werd stil, wat voor mijn doen niet al te vaak voorkomt!

Mag ik je troosten? Of de meest onderschatte vraag die er is bij verdriet!

De adoptiecoach


RSS Artikels op Geadopteerd.be

  • Er is een fout opgetreden. De feed is waarschijnlijk uit de lucht. Probeer later opnieuw.

Schrijf je in en ontvang nieuwe berichten van deze blog via e-mail.

Doe mee met 76 andere volgers

Blog Stats

  • 103,393 hits