Ze vragen dan hoe het voelt om geadopteerd te zijn, ik zeg dan ‘je wordt dat ook gewoon’!

Dit was wel DE uitspraak van mijn 4de dag van de geadopteerde, zondag 27 mei in Antwerpen. De uitspraak komt van A., geadopteerd uit een prachtig maar straatarm Afrikaans land toen hij 6 was, hij is er nu 13. Hij is ronduit een schitterende kerel. Dat de adoptiecoach een ‘boontje ‘voor hem heeft ,heeft ook te maken met het feit dat hij een uitzonderlijk voetbaltalent is en ik zot van voetbal ben. Dus vraag ik  hem gedurende ons gesprek:
“Mag ik een erg domme voetbalvraag stellen? “
“Ja.”
“Als  de Belgen tegen  je geboorteland te spelen, voor wie kies je dan?”
Hij twijfelt niet, voor zijn geboorteland. Zo ook de rest van zijn grote gezin, ook al zitten daar een paar geboren en getogen Belgen bij.

Maar hij had zich dus goed voorbereid op de 4de dag van de geadopteerden. Hij had gehoord dat de VRT daar zou zijn en had eigenlijk zijn interview al voorbereid. Wat jammer dat ik dat niet wist, ik zou de journalisten zeker ook naar hem hebben gebracht.
“Als ze dan vragen hoe het voelt om geadopteerd te zijn, dan zou ik zeggen dat het wel raar is zo, om zo naar een ander land en familie te gaan. Maar je wordt dat ook gewoon.”
En hij pruts verder aan zijn MP3 om de juiste muziek te vinden.
En neen, hij vindt het ook niet erg om er anders , bruin, uit te zien, want  is daar erg trots op. Zijn jongere zus, ook uit zijn geboorteland geadopteerd, zegt droogweg zonder opkijken van haar computerspel:
“Wij kunnen beter tegen te zon.”
Op een dag waar de temperaturen flirten met de 30° en ik zweet als een rund , zeg maar, is dat  down to earth zonder franjes, zo is het maar net.


Ik sms op zo’n dag altijd ‘Happy dag van de geadopteerden’ naar alle geadopteerden in mijn telefoon. Want dat is het natuurlijk, hun dag. Voor mij als adoptiecoach is dit een hoogdag. Klein en groot, alleen of met hun ouders, partner.. ze zijn met velen die samen feest vieren. Ik ben blij een groot aantal te kennen en een ander deel te leren kennen. De grote verhalen zijn er niet, wel vele kleine en ze zijn hartverwarmend.

Soms ben ik ook bezorgd en probeer ik dat te tonen.
R. is een kwetsbare ziel, ze is er met een groot deel van haar familie. Ik sta al een tijdje aan de zijlijn te coachen. R. zit niet goed in haar vel, en dat is een understatement . Nu is er even een time out nodig , niet meer in haar nestje zeg maar. Ze is nog veel te jong om het nest te verlaten, maar er blijven doet haar veel te veel pijn.

Ik ben zo ontzettend blij dat ze er toch is. Klein van stuk, maar met een uitstraling die dat ruim compenseert, staat ze niet ver van mij aan de boekenstand te kijken.Ik leg mijn had op haar rug en vraag:
“Hoe is het?’ Veel te snel zegt ze “goed”.
Ik zeg dat dat toch niet kan, want als ze verblijft waar ze nu verblijft dat dat toch betekent dat ze het moeilijk heeft.
“ja” zegt ze met een eerste blik in mijn richting.
“Het is moeilijk om thuis te blijven hé?” weer erg snel zegt ze “Ja”… ik probeer niet te laten blijken hoe verdrietig ik van dit gesprek word.

Maar ik probeer te vertrekken van haar krachten en sterkte, die heeft ze zeker ook. “Maken we een deal R? “
“Ja “(weer heel snel en ze kijkt me nu pas in de ogen).
“Je weet dat we je mama aan het zoeken zijn, zoals je vorig jaar samen met je adoptieouders gevraagd had?” ze knikt
” Wel we werken hard door om haar te vinden, ook al weet je dat we niet zeker zijn om haar te  vinden?” ze knikt weer  ” Ga jij dan op zoek naar de rust en een thuis waar je je veilig voelt, waar het ook is? “
“Ja. “
“Want als, als we je mama vinden R, dan kunnen we haar een mooi verhaal brengen, want ze zal dat graag horen.Wat denk je?  Hebben we een deal? “
“Ja” zegt ze en ze lacht voor het eerst.

Ik weet niet of het werkt, maar ik doe in elk geval erg mijn best om mijn deel van de deal rond te krijgen.
Ik duim dat dit verdrietige, verwarde meisje kan vinden wat ze zoekt: rust in haar hart en een plekje waar ze zich thuis voelt.

Ik duim voor je R.

De adoptiecoach

(om de privacy van de geadopteerden te bewaken is A niet A en R niet R (misschien))

Het is gelukt! We hebben de biologische familie van Angelo gevonden.

Als je deze blog volgt, dan heb je ongetwijfeld het eerste deel van het verhaal van Angelo gelezen. Na 2 inzages in zijn dossiers (Rechtbank en Kind en Gezin) is het zover: er is een eerste contact met de familie in Chili! Nog niet rechtstreeks, maar ook dat komt dichterbij.

Voor Angelo was het al snel duidelijk na ons bezoek aan Kind en Gezin: het spoor naar de Vlaamse zuster die sinds jaar en dag werkzaam is in zijn geboorteland, ook ten tijde van zijn adoptie, was een cruciaal aanknopingspunt. Het leek het erop dat zij een rol gespeeld had in adoptiebemiddeling in die tijd.
Op de mail die hij verstuurde kreeg hij al heel snel een antwoord:
“ok, ik ga voor jou op (be)zoek’

Even snel tussendoor voor de geadopteerden die nu denken dat het altijd zo snel en gemakkelijk gaat, en (weer) hoop krijgen: Chili is een van die landen die steeds vrij open is geweest wat betreft de informatie in een adoptiedossier. Angelo had vanaf het begin zowel de naam van zijn biologische moeder als vader en zus meegekregen.
Maar toch, dat de zuster meteen bereid was om voor Angelo te zoeken, zonder meer, was een onvoorziene meevaller.
Korte tijd na het eerste contact, kreeg hij opnieuw een mail: BINGO!
Natuurlijk drukte de zuster het anders uit, maar het was zover. Alle familieleden waren gevonden en er was al een bezoek geweest bij de mama. De rest zou volgen.
Maar dat iedereen erg blij was dat hij hen gezocht en gevonden had, dat was wat de zuster mailde. En dat ze erg graag een foto van hem wilden.
We maken een afspraak om even alles op een rij te zetten. Hij mailt me terug, ‘Graag en de kleine gevoelens beginnen toch los te komen.’

Kleine gevoelens? Zo is hij wel, uit één stuk, voeten op de grond en nooit over één nacht ijs. Zo is werken als adoptiecoach gemakkelijk.
Ik stel hem eerst de vragen: wat wil je zeker niet? Wat wil je zeker wel?
“Ge zijt daar weer met je rare vragen he Pia” en hij lacht.
Hij weet wel meteen naadloos te antwoorden, ten eerste, ten tweede.
En dan nog even over zijn kleine gevoelens die loskomen:
vertel Angelo”.

Wel ze lijken minder klein , ik zou ze willen omschrijven als intens en verwarrend. Maar hoe kan dat ook anders. De informatie die nu vanuit Chili komt, is nog anders dan wat hij las in zijn 3 adoptiedossiers (eentje bij zijn adoptieouders, eentje bij de rechtbank en eentje bij K&G). Het wordt moeilijk om er uiteindelijk een ‘waarheid’ uit te halen.
We besluiten dat we eerst een stamboom maken, plaatsen wie wat wanneer en hoe zit de, blijkbaar grote, familie van hem in Chili nu in elkaar.
Hij beslist resoluut om te beginnen met een rechtstreeks contact met zijn biologische mama en ouders zus. Deze waren het meest prominent aanwezig in zijn verhaal zoals hij die meekreeg vanuit de dossiers. Die twee had hij vanaf het begin al in het vizier.
Niet teveel in één keer en dan zien wat het geeft.
Reizen naar zijn mooie land, ja, maar niet dit jaar. Eerst wat meer te weten komen, de zuster in de zomer ontmoeten want ze komt naar België, verwerken en pas dan vliegen richting Zuid-Amerika.
“En , ik ga samen met mijn vriendin op Spaanse les vanaf september”.
Geen half werk, dat is ook Angelo.

Als hij vertrekt zie ik dat hij nogal wat schaafwonden heeft en vraag, wat is er gebeurd? Ja, gisteren op de bouwwerf waar hij werkt van de eerste verdieping , door de gewelven, naar het gelijkvloers gedonderd.
Het doet allemaal nog wel pijn, maar ik ben deze morgen gewoon weer aan het werk gegaan..”ik ben een taaie hoor Pia, zit er maar niet mee in” (hij ziet mijn gepijnigde – moederlijk blik).

Ja, een jongeman uit een stuk, waar ik veel van kan leren.
Angelo wil een stuk van zijn verhaal graag met jullie delen, leest de teksten vooraf en keurt ze goed. Hij houdt je via deze blog en mij graag op de hoogte, in de hoop dat andere geadopteerden hier iets aan hebben.
In naam van de lezers van deze blog en mijzelf,

Bedankt Angelo!

De adoptiecoach

Ik vind, ik zoek, jij vindt, ik word gevonden! Een wereld van verschil in adoptie.

ik was vorige week een weekje met vakantie  op Kreta (niet dat ik jullie jaloers wil maken, maar het was er vol zomer ).

Op mijn mobiel lopen verschillende berichten en mails binnen, de éne al leuker dan de ander. Dat komt ervan als je ‘on line’ blijft op vakantie. Een goeie vriend meldt me dat een levensreddende operatie is gelukt. Ik vier feest.

Dezelfde dag krijg ik een mail waarvan ik alleen de eerste en laatste zin kan weergeven:
Beste Pia, Ik ben een moeder en slachtoffer van een tehuis in (…). Na 13.573 dagen heb ik mijn zoon teruggevonden.(…)
Ik ben blij dat er mensen in ons geloven en proberen de waarheid naar boven te halen, mijn steun hebben jullie al. Bedankt voor al wie jullie al geholpen hebben.
Een zeer gelukkige moeder!”
 Ik ken die vrouw niet, ik heb ze niet geholpen. Maar ik wil ze wel graag leren kennen en plan in de nabije toekomst een ontmoeting.

Je hebt moeders die zoeken naar hun afgestane (in dit geval gestolen blijkbaar) kinderen. Je hebt moeders die gevonden worden door de kinderen (vaak volwassenen al) die ze hebben afgestaan. Deze moeders hebben soms zelf al tevergeefs gezocht, maar vaak ook niet.Ook daar hebben ze goeie redenen voor.
Ik zie bij de geadopteerden die zelf (moeten) zoeken vaak kwaadheid.” Waarom heeft zij niet gezocht?” Ze zijn er niet zelden van overtuigd dat hun biologische moeder hen dus ook nooit meer wilde zien, hen voor altijd uit haar leven wilde. Een volwassen man zei me laatst aan de telefoon : aan de voordeur bij de vuilzakken gezet . Zo voelt het soms ook helaas.

Dat de realiteit veel en veel complexer is weet ik, weten velen en als ze eerlijk zijn weten de geadopteerden dat ook. Maar toch voelt het feit dat ze niet gezocht worden, nooit gevonden zijn vaak aan als ‘ze moest me toch niet hebben, want ze zoekt me niet. Dus, ik ga er ook niet aan beginnen”

Een paar dagen nadat ik weer aan het werk ga is het weer zover. Een telefoon van een geadopteerde die gezocht en gevonden heeft. Zijn biologische moeder wil hem na een eerste ontmoeting, even niet te dichtbij. Te confronterend en vooral op een heel moeilijk moment in haar leven, krijgt ze door ‘gevonden’ te worden een hele rugzak uit het verleden op haar dak.
Maar het voelt voor de geadopteerde alleen maar aan als een mokerslag: ze heeft me twee keer afgestaan.
Dat ik probeer begrip en nuances aan te brengen helpt blijkbaar niet, nu nog niet.Ook met hem heb ik eerstdaags een ontmoeting.

Zo complex is adoptie ook vaak: ik word gevonden, ik vind, ik zoek.. enz.

Schuldgevoelens, zich afgewezen voelen, er niet mogen zijn.. en al wat in deze heftige (adoptie) coctail zit , maakt dat helder denken, genuanceerd reageren, de twee kanten zien en dan pas reageren, er in eerste instantie niet altijd inzit.

Twee verhalen vol emotie waar nog veel (denk)werk aan vastzit.

De adoptiecoach back in town, zoveel is zeker.

 

Mijn moeder is dood, leve mijn moeder!

“Waarom wilde je per sé nu  en dan zo overdonderend snel je moeder vinden man?”
“Omdat mijn moeder gestorven is!”

In elke ander blog zouden de lezers hun wenkbrauwen fronsen, nu misschien niet. Ja, het leek een beetje op Eerste Hulp Bij Adoptie Ongevallen. Hij was korte tijd na het overlijden van zijn adoptiemama, met naam en adres ( in onze informatiemaatschappij is dat vaak verbijsterend simpel) in de hand, aan de deur gaan bellen van zijn biologische moeder.
Het antwoord op het waarom, lees je hierboven.
Als adoptiecoach, opgeleid in de sociale werken en ander , zou ik moeten zeggen dat dit niet mag en kan. Maar als ik als mens, vrouw, moeder van en kind van, reageer zou ik zeggen: ja, ik zou waarschijnlijk in staat zijn  net hetzelfde te doen. Pas nadien weet je: dit is wel erg onbezonnen, dat weet hij ook. Vandaar de verschillende telefoontjes naar de coach, die natuurlijk alleen nog maar aan damagecontrol kan doen. Beter dat dan niets misschien.

In diezelfde week (vorige week dus) nog een telefoontje:
“Ken je me nog Pia, ik ben .. uit …?”
“Natuurlijk ken ik je nog, jij bent ons ‘oudste’ adoptiekind (lach)’
“Hoe is het?”
“Wel ik wilde je laten weten dat mijn moeder dood is, ik stuur je een overlijdensbericht. Ze is 93 geworden”

Even, lang geleden eigenlijk, terug in de tijd. Ze had ergens een artikel gelezen waar mijn naam in vermeld stond, en dat ik in adoptie werkte en ook wel zoektochten begeleidde. Ze was inderdaad het oudste adoptiekind dat ooit mijn hulp inriep.
Geboren in de naweeën van een oorlog, uit een relatie van twee mensen die een ‘kleur’ hadden die niet compatibel was. Men dacht toen heel erg in kleuren en niet compatibele of foute kleuren werden genadeloos afgestraft. Zij was daar dus de dupe van, ook haar natuurlijke ouders natuurlijk, maar het kind van de (af) rekening , dat was ze.
Temeer dat ze in een adoptiegezin terecht is gekomen dat ook niet begreep wat het betekende om niet op te groeien bij je biologische ouders , om maar 1 iets te vermelden zeg maar.
Na het overlijden van haar adoptiemoeder, was ze in geen tijd ‘onterft’ door haar adoptievader.
Met dat allemaal in de rugzak, zat ze lang geleden voor mij.

Mijn moeder is dood, leve mijn moeder! Ook toen.

En nu is ook die moeder dood.
“ Hoe voel je je ?”
“Raar hoor Pia, ik loop rond als een kieken zonder kop, begrijp je dat?”
“Ja, het was ook na de hereniging niet evident he?”
“Neen, neen meiske neen.. (stilte)”

Het begon als een mooie ontmoeting tussen moeder en dochter, na 50 jaar . Ze hadden me gevraagd  om erbij te zijn. Ik was overdonderd door de gelijkenissen, 2 druppels water met een 20 tal jaren tussen.
Aanvankelijk was ze inderdaad welkom in het nieuwe gezin van moeder. Ze probeerde in te halen wat ze nooit had gehad. Maar ja, we weten wel beter: dat kan niet. Ik heb het ook nooit geweten dat de geadopteerde alles terugvindt in die andere moeder, de hereniging, alles waar ze van droomden.. naar verlangden. Daarvoor is adoptie te ingrijpend, te complex.

Ze zegt me zonder veel omhaal:
“dat was de vrouw naar wie het meest heb verlangd in mijn leven, die ik het liefst heb gezien – voor ik ze ontmoette. Het is de vrouw die ik ook het meest heb gehaat”(stil)

“ja, ik denk dat ze je had afgestaan en er niet meer had op gerekend dat je nog zou opduiken in haar leven en daar zelf nooit op had aangestuurd? “

“Dat is het, ze had er zelf geen behoefte aan om mijn terug te ‘nemen’ in haar leven. Ik was en bleef een vreemde eend in de bijt !’

Ze vertelt dat er veel merkwaardige zaken zijn gebeurd. Toen de man van haar moeder overleed zijn 2 soorten rouwbrieven gedrukt: eentje met haar erop (beperkte oplage) als laatste van de rij kinderen en eentje zonder haar.Nu is er maar 1 versie, zij staat bovenaan…

“Doet dat dan geen deugd?”

“ Niet echt, ik denk dat ze zich verplicht voelen, ze hebben me ook niet betrokken bij de voorbereidingen.. ik blijf het koekoeksjong he”

Ik heb gelukkig wel nog mooie en warme herinneringen aan hun eerste ontmoeting, ik was erbij en voelde ook wel meer dan alleen maar ambetante gevoelens bij de moeder.
“Tijd om samen koffie te drinken, wat denk je?”

“Ik kom af “zegt ze zonder aarzeling.

Dat is dus een ontmoeting waar de adoptiecoach naar uitkijkt.

Wat als je huis in brand staat en je kan maar 1 kind redden?

Het is allang (veel te lang) geleden, maar ik heb ooit geadopteerden samengebracht voor een helend weekend met als titel ‘Op zoek naar de puzzelstukken in mijn adoptie“. Een rustig vormingscentrum , voor elk van hen een kamer om bij te komen en samen op zoek gaan naar wat het voor elk van hen betekent om geadopteerd te zijn en puzzelstukken te missen.
Allemaal vrouwen – meisjes. De inschrijvingsvoorwaarde was dat de puberteit achter de rug moest zijn. Een echte leeftijd hadden we niet als limiet, maar hoopten toch dat ze allemaal + 18 zouden zijn.
Vooraf kreeg ik een telefoon van een adoptiemoeder die aandrong om haar dochter van 16 toch te laten deelnemen. Het leek haar precies wat ze nodig had en ze was al volwassen voor haar leeftijd. Neen, ze zat niet in een crisis, niet in de puberteit, ze zat wel met veel vragen.
Ok, ze kon komen.
Bedankt.

Het liep eigenlijk zeer goed. De dames hadden al heel snel een grote verbondenheid. Er werd diep ingegaan op de thema’s: ja inderdaad , dat waren de extra’s die we in adoptie meekrijgen en zo ga ik ermee om… neen, zo ga ik ermee om. Er werd gelachen en soms was het erg stil. Maar de sfeer zat erin en ik had de indruk dat er inderdaad ‘geheeld’ werd en dat de wegenkaart van een geadopteerde op tafel lag. Ja ze zouden het misschien anders bekijken, en beter de weg vinden.
Het voordeel van de weekendformule is dat er heel veel momenten zijn waarop ze ‘gewoon’ samen zijn. Op wandel in het park rond het centrum, samen aan tafel en lachen geblazen, een goed glas in de cafeteria…

Ik herinner me een aantal hilarische momenten tijdens de pauze. We komen na een sessie uit het lokaal. Een grote groep exotisch uitziende dames en tweebleekscheten( de begeleidsters)verschijnen in de gang. Ook In de gang: een groep bejaarden die daar ook op weekend waren. Hun mond valt open op het moment dat de groep passeert. Een aantal van de dames doet alsof ze op de catwalk lopen… draaien nog een rondje voor die mensen  en zeggen ‘mooi he?’. De meeste bejaarden kunnen erom lachen.

De eerste keer aan tafel (het was all inclusive = heerlijk niets doen) komt de ober langs om op te nemen. Hij scant de groep in en begint in het Engels (traag uitgesproken) : “What do you want to drink ladies,”. De hele tafel schiet uit in een bulderlach en 1 meisje antwoordt in het plat Gents. De ober loopt rood aan . Punt gemaakt en geen last van hun anders zijn , zo blijkt. Humor tilt hen voorbij de kleine  ongemakken.

Dan komt de laatste  samenkomst op zondag eraan. Ik moet erbij vertellen dat de dames tot laat in de nacht opbleven om na te praten (of whatever, wij begeleidsters lieten ze met plezier hun ding doen) en dat ze allemaal  (echt allemaal ) samen in twee kamers hebben geslapen. Ze hebben gesleept en gesleurd met matrassen en zo de nacht doorgebracht, in de warmte van elkaars gezelschap.
Dat ze moe waren, dat is dus een understatement.
En dan , precies op dat moment, was er een panelgesprek met een afstandsmoeder.
M .heeft mee TRIOBLA opgericht, ze wist vooraf vrij goed wat haar kon te wachten staan, en ze had voluit JA gezegd op onze vraag om het gesprek aan te gaan met de groep.  Geen van de meisjes/dames had ooit contact gehad met hun afstandsfamilie , hun biologische mama.

M. vertelt haar verhaal, een verhaal zoals zoveel en toch zo uniek en schrijnend. Jong zijn, ongehuwd zwanger geraken en sociale en andere druk die ervoor zorgt dat haar kind , een meisje, afgestaan moet worden. Ze vertelt over de gevolgen voor haar, de ontmoeting met haar dochter meer dan 20 jaar later en het feit dat ze na haar dochter nog een kind kreeg, maar veel jaren later.

Je hoort een speld vallen, er wordt gesnotterd en dan komt er een vraag.
Wat als je huis in brandt staat en je MOET kiezen: ik haal er mijn kind uit dat ik afgestaan heb of dat kind dat ik gehouden heb?’
De vraagt wordt heel kwaad gesteld. Uit de manier waarop ze het vraagt blijkt dat zij het al weet wie het zal overleven.

Ik weet dat ik moet ingrijpen, dat dit niet eerlijk is tegenover M., maar weet ook dat we in de ‘primal wound’ zitten. Er zijn zoveel boeken over geschreven, er is zoveel onderzoek naar gedaan , zoveel rond en over vertelt, maar deze jongedame gaat meteen naar de kern ervan – een open wonde lijkt het wel.

Ik kan even niet ad rem reageren, ben achterover geblazen; M. begint meteen te wenen. Ze slaakt een soort oerkreet ‘Dit is niet EERLIJK’ dit kan en mag je mij niet vragen. Ik ga nooit, nooit kunnen kiezen’ en ze breekt . Ook daar zit een primal wound natuurlijk. Daar zaten we dus.

Nu na al die jaren weet ik niet meer hoe we dat hebben ‘afgerond’ (zucht). Het moment staat me wel nog heel dichtbij, ik herinner me het als was het gisteren.
Wat ik wel (nog ) weet is:

  • dat de jongedame in de gang zich uitvoerig is gaan verontschuldigen bij M. en dat ze afgesproken hebben om later contact op te nemen met elkaar om dit verder ‘te bespreken’ en dat dit ook nog gebeurd is.
  • dat het precies die 16 jarige was , van wie de mama had aangedrongen en die er toch zo graag bij wou zijn. Ze zat dus wel nog in volle puberteit, natuurlijk wel.

Inderdaad, we hadden moeten ons been stijf houden. In de puberteit zitten we allemaal in de zwart – wit periode en is het niet het ogenblik om aan een weekend als dit deel te nemen.
Eind goed al goed? Ik weet het niet .
Met M. is het goed gekomen, ze is een sterke vrouw. Met de jongedame? Dat weet ik niet maar hoop ik wel.

De adoptiecoach

Volgende pagina »


Schrijf je in en ontvang nieuwe berichten van deze blog via e-mail.

Join 42 other followers

Blog Stats

  • 35,933 hits

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 42 other followers